Back to News

Coalitie en oppositie doen met hun ferme klimaatambities vooral aan symboolpolitiek

13 September 2018, Den Haag | Global

Opiniestuk in FD door Remco de Boer, onderzoeker, adviseur en publicist op het gebied van de energietransitie

Op het eerste gezicht lijkt het kabinet de energie- en klimaattransitie voortvarend aan te pakken. Zo komen in het klimaatakkoord, waarvoor in juli een eerste aanzet is gepresenteerd en de onderhandelingen vorige week zijn hervat, afspraken over 49% minder CO2-uitstoot in 2030. Dit is veel ambitieuzer dan de 40% waarop de EU koerst.


Illustratie: Hein de Kort

Ambitieus is ook de nieuwe klimaatwet die de coalitie in juni samen met oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA presenteerde. Jesse Klaver noemt hem ‘de meest ambitieuze ter wereld’.

Nog ambitieuzer is Nederland over de grens. Daar wil het kabinet, dat zichzelf ‘het groenste ooit’ noemt, proberen om het EU-2030-reductiedoel te verhogen van 40% naar 55%. Zo’n verhoging is nodig om aan het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Volgend jaar, vijf jaar na het sluiten ervan, is de eerste mogelijkheid. Lukt het niet, dan wil ons land in ieder geval met een kleine groepje buurlanden afspraken maken over extra reductie.
Of dat wel lukt, is nog maar de vraag. Onlangs zei bondskanselier Merkel in opvallend scherpe woorden ‘niets te zien’ in verhoging van het EU-doel. Volgens haar lukt het landen nu al niet om de huidige doelen te halen. Merkel spreekt uit ervaring: Duitsland moest begin dit jaar de eigen 2020-doelstelling loslaten. Van de beoogde 40% wordt waarschijnlijk maar 32% gehaald.

Nederland hakt al langer met dat bijltje. Alle kabinetten sinds de jaren negentig, toen klimaatverandering met het Verdrag van Kyoto op de agenda kwam, hebben hun ambitieuze klimaatdoelen niet gehaald. Dat was in 2015 de belangrijkste grond voor de veroordeling van de Staat der Nederlanden in de Urgenda-zaak, aangespannen door de gelijknamige milieuactiegroep. De rechter dwong de Staat simpelweg z’n eigen belofte na te komen.

De groenste
Regering noemt zich ‘de groenste’, maar ‘gaat niet meer doen dan Europa’, eerder minder

Als het vonnis volgende maand in hoger beroep wordt bekrachtigd, moet Nederland in 2020 minimaal 25% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Intussen staat de teller op 13%. Daarover is 27 jaar gedaan. Een bijna verdubbeling naar 25% in slechts drie jaar is zonder draconische maatregelen onhaalbaar. Ook de 49% in 2030 lijkt een onmogelijke opgave.

Of Nederland inderdaad ijzer met handen moet breken, is nog niet zeker. ‘Nederland gaat niet meer doen dan Europa’, zei premier Rutte afgelopen juli tijdens een bijeenkomst voor energieprofessionals in Den Haag. De Nederlandse economie is internationaal zo verknoopt dat maatregelen die ons land eenzijdig oplegt uiteindelijk de concurrentiepositie zullen verzwakken, zo is de redenering.

Ook minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat zegt dat Nederland niet zozeer meer gaat doen, maar vooral eerder ‘aan de wedstrijd’ begint en daardoor economisch munt uit de koppositie kan slaan. Dat argument gebruiken CDA en VVD om de klimaatplannen, die veel ambitieuzer zijn dan die waarmee ze vorig jaar de verkiezingen in gingen, aan de eigen achterban te verkopen.

Nog los van het feit dat Nederland met 13% broeikasgasreductie flink achterligt op het EU-gemiddelde van 22% – en dus eerst nog een inhaalslag moet maken – is dat economische voordeel niet evident. Duitsland, met de Energiewende de afgelopen jaren koploper, kraakt intussen onder de kosten, die energieminister Altmaier op €25 mrd per jaar raamt.

Ook verliezen kiezers in Europa volgens de CDU-minister het vertrouwen in de politiek doordat regeringen onhaalbare doelen stellen op het gebied van duurzame energie. Nu is al zeker dat Nederland z’n doel van 14% in 2020 niet gaat halen.

Tanden getrokken
Voordat de coalitie, PvdA, SP en GroenLinks het klimaatwetsvoorstel presenteerden, zijn eerst vakkundig vrijwel alle tanden getrokken. Veel meer dan een symbolische functie heeft het niet

CDA-leider Sybrand Buma zei deze zomer bang te zijn voor een tweedeling in de samenleving en een ‘revolte à la Pim Fortuyn’ over de kosten van klimaatbeleid. Daarmee houdt zijn regeringspartij nadrukkelijk de handen vrij voor verlaging van de doelstellingen.

De klimaatwet, bedoeld om zo’n verlaging tegen te gaan, en Nederland de komende decennia op koers te houden, ongeacht welk kabinet aan de macht is, biedt geen soelaas. Voordat de coalitie, PvdA, SP en GroenLinks het wetsvoorstel presenteerden, zijn eerst vakkundig vrijwel alle tanden getrokken. Veel meer dan een symbolische functie heeft de wet niet.

Zelfs als dit najaar een klimaatakkoord wordt gesloten, wil dat nog niet zeggen dat Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoot. Uiteindelijk bepaalt Brussel het doel. Den Haag moet ervoor zorgen dat het gehaald wordt. Zonder een radicale omslag is de kans daarop klein.